Landen Spanje
Landengids · Belastingjaar 2026
Spanje: salaris en belasting
Spanje: wie € 24.497 per jaar verdient, houdt daar 80,6% netto van over. Met de werkgeverslasten kost de baan € 32.373, en daarvan komt 61% bij de werknemer terecht.
- Nettodeel van het brutosalaris
- 80,6%
- Totale werkgeverskosten per jaar
- € 32.373
- Plaats van 50 landen
- 24 / 50
Deze gids is gemaakt met ondersteuning van kunstmatige intelligentie.
Waar het geld heen gaat
Van € 24.497 bruto gaat € 3.168 naar de inkomstenbelasting (IRPF) en € 1.592 naar de werknemersbijdragen (Seguridad Social). Er blijft € 19.737 per jaar over, gemiddeld € 1.645 per maand.
De werkgever betaalt daarbovenop € 7.876 aan lasten, 32,1% van het salaris. De baan kost in totaal € 32.373 per jaar.
| Totale werkgeverskosten van het referentiesalaris, naar wie het ontvangt | Per jaar | Per maand | Deel van de totale kosten |
|---|---|---|---|
| Werkgeverslasten | € 7.876 | € 656 | 24,3% |
| Inkomstenbelasting | € 3.168 | € 264 | 9,8% |
| Werknemersbijdragen | € 1.592 | € 133 | 4,9% |
| Nettosalaris | € 19.737 | € 1.645 | 61% |
| Totale werkgeverskosten | € 32.373 | € 2.698 | 100% |
Alle bedragen gaan uit van € 24.497, het salaris waarmee de calculator voor dit land begint. Afhankelijk van de beschikbare statistiek is dat een gemiddeld of een mediaan voltijdsalaris.
Zo werkt de inkomstenbelasting
Bij de inkomstenbelasting (IRPF) loopt het tarief op over 10 schijven, van 18% tot 45%. Het toptarief geldt vanaf € 300.000 belastbaar inkomen. Die grens is 12,2 keer het referentiesalaris van € 24.497, dus alleen hoge inkomens bereiken het toptarief.
De schijven gelden voor het belastbaar inkomen, dus wat overblijft na vrijstellingen en aftrekbare premies. Daarom bijten de tarieven later dan het brutosalaris doet vermoeden.
Werknemersbijdragen hebben een plafond: boven een salaris van € 61.214 per jaar stijgt het gemaximeerde deel niet meer.
Belastingen verschillen ook per regio. Het model kent 17 regionale regelingen; deze pagina gebruikt: Autonome gemeenschap Madrid.
Gehuwden kunnen samen worden aangeslagen, wat de belasting meestal verlaagt als de een veel meer verdient. De bedragen hier gelden voor een alleenstaande.
| Belastbaar inkomen vanaf | Marginaal tarief |
|---|---|
| € 0 | 18% |
| € 12.450 | 20,5% |
| € 13.362 | 22,7% |
| € 19.005 | 24,8% |
| € 20.200 | 27,8% |
| € 35.200 | 31,3% |
| € 35.426 | 35,9% |
| € 57.320 | 39% |
| € 60.000 | 43% |
| € 300.000 | 45% |
Hoe de tarieven met het salaris stijgen
Inkomstenbelasting begint bij een brutosalaris van ongeveer € 17.200 per jaar.
Bij € 24.497 gaat 19,4% van het loon naar inkomstenbelasting en werknemersbijdragen. Van elke 100 die je extra verdient, komt 68 bij de werknemer aan, een marginaal tarief van 32,5%.
Bij het dubbele salaris, € 48.994, is het gemiddelde tarief 27,4% en het marginale tarief 40,1%.
Het marginale tarief is het hoogst bij een salaris van ongeveer € 19.600: 71,9%. Bij ongeveer € 21.000 eindigt een belastingvoordeel dat met het loon afneemt, of een zone met een steiler tarief; het marginale tarief daalt van 74% naar 29%. Bij € 61.214 bereiken de werknemersbijdragen een plafond en daalt hun aandeel in elke loonsverhoging van 6,5% naar 0,2%.
Bedragen tonen
| Brutosalaris | Gemiddeld tarief | Marginaal tarief |
|---|---|---|
| € 4.899 | 6,5% | 6,5% |
| € 9.799 | 6,5% | 6,5% |
| € 14.698 | 6,5% | 6,5% |
| € 19.598 | 14,7% | 71,9% |
| € 24.497 · Referentiesalaris | 19,4% | 32,5% |
| € 29.397 | 21,6% | 32,5% |
| € 34.296 | 23,2% | 32,5% |
| € 39.195 | 24,3% | 32,5% |
| € 44.095 | 26% | 40,1% |
| € 48.994 | 27,4% | 40,1% |
| € 53.894 | 28,5% | 40,1% |
| € 58.793 | 29,5% | 40,1% |
| € 63.693 | 30,2% | 39,1% |
| € 68.592 | 30,9% | 43,1% |
| € 73.492 | 31,8% | 43,1% |
| € 78.391 | 32,5% | 43,1% |
| € 83.290 | 33,1% | 43,1% |
| € 88.190 | 33,7% | 43,1% |
| € 93.089 | 34,2% | 43,1% |
| € 97.989 | 34,6% | 43,1% |
Gemiddeld en marginaal tarief, met rekenvoorbeelden:
Salarisverhoging: hoeveel houd je netto over? (Spanje)
Tussen 50 landen
Spanje: bij hetzelfde salaris van € 24.497 per jaar, omgerekend naar elke lokale munt, blijft 80,6% netto over, plaats 24 van 50.
Van hetzelfde salaris blijft het meest over in: België (95,7%); het minst in: Roemenië (58,5%).
Alle 50 landen tonen
| Plaats | Land | Nettodeel |
|---|---|---|
| 1 | België | 95,7% |
| 2 | Taiwan | 94,5% |
| 3 | Hongkong | 94,3% |
| 4 | Luxemburg | 91,8% |
| 5 | Thailand | 91,8% |
| 6 | Australië | 91,4% |
| 7 | Colombia | 89,7% |
| 8 | Ierland | 89,3% |
| 9 | Verenigd Koninkrijk | 88,9% |
| 10 | Cyprus | 88,5% |
| 11 | Nederland | 87,8% |
| 12 | Zuid-Korea | 86,7% |
| 13 | Noorwegen | 86,6% |
| 14 | Finland | 86,6% |
| 15 | Oostenrijk | 86,4% |
| 16 | India | 85,1% |
| 17 | Estland | 82,7% |
| 18 | Zweden | 82,5% |
| 19 | Canada | 82,2% |
| 20 | Verenigde Staten | 82,1% |
| 21 | Italië | 82,1% |
| 22 | Indonesië | 81,9% |
| 23 | Zuid-Afrika | 80,8% |
| 24 | Spanje | 80,6% |
| 25 | Nieuw-Zeeland | 80,5% |
| 26 | Maleisië | 80,3% |
| 27 | Mexico | 80,1% |
| 28 | Filipijnen | 79,6% |
| 29 | Singapore | 79,6% |
| 30 | Japan | 79,1% |
| 31 | Malta | 78,9% |
| 32 | Tsjechië | 78,5% |
| 33 | Bulgarije | 77,6% |
| 34 | Frankrijk | 77,5% |
| 35 | Portugal | 76,5% |
| 36 | Griekenland | 75,9% |
| 37 | Brazilië | 74,2% |
| 38 | Slowakije | 74% |
| 39 | Letland | 73,5% |
| 40 | Duitsland | 73,5% |
| 41 | Polen | 71,9% |
| 42 | Denemarken | 71,7% |
| 43 | Kroatië | 69,9% |
| 44 | Turkije | 68,6% |
| 45 | Kenia | 68,1% |
| 46 | Hongarije | 66,5% |
| 47 | Zwitserland | 65,7% |
| 48 | Slovenië | 65,4% |
| 49 | Litouwen | 63,6% |
| 50 | Roemenië | 58,5% |
Dichtbij in de ranglijst
- Indonesië#22 · 81,9%
- Zuid-Afrika#23 · 80,8%
- Nieuw-Zeeland#25 · 80,5%
- Maleisië#26 · 80,3%
Elk land is berekend voor dezelfde alleenstaande zonder kinderen, met het salaris omgerekend tegen de wisselkoersen van 2 oktober 2026. Een salaris dat in het ene land gewoon is, is in het andere hoog; progressieve stelsels wegen daarom zwaarder waar de lonen lager zijn. De ranglijst zegt niets over koopkracht of over wat de premies betalen, zoals pensioen en zorg. Waar de nieuwe regels nog niet vaststaan, is een land berekend met het laatst vastgestelde jaar: België (2025), Noorwegen (2025) en Roemenië (2025).
Recente wijzigingen
Het model bevat deze recente wijzigingen al.
- Regionale schijven (tramo autonómico van de CCAA) bijgewerkt voor 2026; het model hanteert het standaard regionale tarief.
- Maximale bijdragegrondslag verhoogd naar 61.214,40 €/jaar; MEI-werkgeversbijdrage 0,75%.
- Nationale IRPF-schijfgrenzen ongewijzigd; toptarief van 47% boven 300.000 € blijft gehandhaafd.
- Aftrek voor arbeidsinkomen (DA 61ª) verhoogd naar 590,89 € voor een bruto arbeidsinkomen tot 17.094 € (SMI), aflopend tot 0 € bij 20.048,45 € (RDL 5/2026); wie alleen het SMI verdient, betaalt geen IRPF meer.
Regionale verschillen
Het model kent 17 regionale regelingen. Bij € 24.497 loopt het nettoloon van € 19.499 (Balearen) tot € 21.552 (Ceuta), een verschil van € 2.053 per jaar.
| Autonome gemeenschap | Nettoloon | Verschil met het hoogste |
|---|---|---|
| Ceuta | € 21.552 | – |
| Melilla | € 21.552 | – |
| Extremadura | € 19.810 | −€ 1.741 |
| La Rioja | € 19.744 | −€ 1.808 |
| Autonome gemeenschap Madrid | € 19.737 | −€ 1.815 |
| Cantabrië | € 19.711 | −€ 1.841 |
| Galicië | € 19.643 | −€ 1.909 |
| Canarische Eilanden | € 19.621 | −€ 1.931 |
| Autonome gemeenschap Valencia | € 19.614 | −€ 1.937 |
| Regio Murcia | € 19.596 | −€ 1.955 |
| Andalusië | € 19.580 | −€ 1.972 |
| Asturië | € 19.564 | −€ 1.988 |
| Castilië en León | € 19.564 | −€ 1.988 |
| Aragón | € 19.559 | −€ 1.993 |
| Castilië-La Mancha | € 19.522 | −€ 2.029 |
| Catalonië | € 19.503 | −€ 2.049 |
| Balearen | € 19.499 | −€ 2.053 |
Meer dan de loonstrook
De wettelijke regels van het land voor ontslag, werkloosheid, ziekte, ouderschapsverlof en onbetaald loon.
Opzegging en ontslag
Estatuto de los Trabajadores: despido por causas objetivas
15 dagen
Objectieve ontslagtermijn
De gewone schriftelijke objectieve ontslagprocedure geeft vijftien dagen voorafgaande kennisgeving.
Werkloosheidsuitkering
Prestación contributiva por desempleo
70%
Percentage eerste fase
De eerste honderdtachtig uitkeringsdagen gebruiken zeventig procent van de wettelijke op bijdragen gebaseerde referentiegrondslag.
Loon bij ziekte
Incapacidad temporal
60%
Eerste gewone ziektepercentage
Bij gewone ziekte of niet-werkongeval geldt zestig procent van de wettelijke grondslag vanaf dag vier tot en met twintig.
Ouderschapsverlof
Permiso por nacimiento y cuidado de menor
19 weken
Huidig geboorteverlofrecht
Voor geboorten onder de hervorming vanaf 31 juli 2025 heeft iedere ouder doorgaans negentien weken beschermd geboorte- en zorgverlof.
Onbetaald loon
Fondo de Garantía Salarial (FOGASA)
120 dagen
Daggrens onbetaald loon
De garantie kan maximaal honderdtwintig dagen gedekt onbetaald salaris overnemen.
Bereken je eigen salaris
De calculator opent met het referentiesalaris van deze pagina. Pas het salaris, de regio of het huishouden aan voor je eigen bedragen.
Methode en bronnen
Alle bedragen op deze pagina komen uit hetzelfde belastingmodel als de calculator. Maandbedragen zijn het jaarresultaat gedeeld door 12; echte loonstroken kunnen afwijken.
Aannames: een alleenstaande van 35 zonder kinderen of kerklidmaatschap, belastingjaar 2026, regio Autonome gemeenschap Madrid.